Cauda Equina Syndroom

Cauda Equina Syndroom

De Cauda Equina is het laatste stukje ruggenmerg. Het wordt zo genoemd omdat de achterste zenuwen uitwaaieren en aldus lijken op een paardenstaart (cauda equina in het Latijn).
Bij de hond ligt de Cauda Equina ter hoogte van de lendenwervels (de lumbale wervels) en het heiligbeen (het sacrum).

Bij een Cauda Equina Syndroom of Lumbosacrale Stenose wordt er druk uitgeoefend op dit deel van het ruggenmerg. Deze druk kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een uitpuilende tussenwervelschijf (hernia). Andere oorzaken zijn ontsteking van de tussenwervelschijf, tumoren, aangeboren misvormingen of botwoekeringen ter hoogte van het wervelgewricht tussen de laatste lendenwervel en het heiligbeen (dit is de echte Degeneratieve Lumbosacrale Stenose).

Het merendeel van de gevallen van cauda equina syndroom wordt gezien bij grote honden zoals Duitse herders, Labradors en rottweilers. Meestal uit de ziekte zich eerst vanaf de leeftijd van 5 jaar. Maar omdat het vaak aangeboren is kunnen de klachten ook eerder optreden.

Symptomen

Door de druk op het ruggenmerg zal het eerste symptoom een erge stekende pijn zijn. Deze pijn kan plots optreden, meestal bij activiteit.
De honden zullen niet meer de trappen willen lopen, zitten, springen of rennen omdat deze bewegingen pijn uitlokken. Die pijn kan continue aanwezig zijn en dan ziet dat er dramatisch uit. Maar meestal is die heftige pijn kortstondig. Deze manifesteert zich dan als plotseling piepen of gillen bij een verkeerde beweging, zoals een gekke sprong / draai of een botsing met een andere hond. Denk bij een hond, die tijdens pakwerk plotseling loslaat niet alleen aan een probleem in de bek of nek, maar ook aan de mogelijkheid van CES. Vaak blijft het bij deze incidenten en functioneert de hond verder volledig normaal. Er zijn zelfs honden met deze afwijking die bijvoorbeeld gewoon behendigheid blijven doen.

Indien de druk toeneemt zullen zenuwen hun functie verliezen. Zwakte van de achterpoten treedt dan op.
Soms kan een veranderd gevoel van de achterhand optreden. Honden kunnen dan likken of bijten aan de achterhand.

Zelden ziet men ook incontinentie.

Diagnose

De diagnose kan soms erg moeilijk zijn, omdat de symptomen erg op andere veel voorkomende aandoeningen kunnen lijken, voornamelijk heupdysplasie en andere aandoeningen van de ruggenwervels.
Vrij typisch is de erge en scherpe pijn die kan uitgelokt worden door druk te geven ter hoogte van de lumbosacrale overgang.

Vaak zijn echter verdere onderzoeken nodig om de diagnose van een cauda equina syndroom te kunnen stellen. Radiografieën met contrast geven vaak – maar niet altijd – uitsluitsel.

Behandeling

Niet te erge gevallen kunnen soms met ontzwellende en ontstekingsremmende medicatie behandeld worden, maar de behandeling van een cauda equina syndroom bestaat meestal uit operatief ingrijpen.
Tijdens de operatie zal men de druk op de zenuwen wegnemen door de opening waar ze door moeten te vergroten.

Prognose

De prognose van cauda equina syndroom is redelijk goed, indien de hond goed op behandeling reageert. Sommige honden kunnen met medicatie behandeld worden, maar vaak is operatief ingrijpen nodig. Indien men niet opereert, zal de hond continu last blijven hebben en kunnen de symptomen verergeren.

Preventie

Cauda equina syndroom wordt vaak gezien bij bepaalde rassen, vooral bij de Duitse herder. De ziekte heeft dan ook een erfelijke achtergrond. Kweek met aangetaste dieren of families waar de ziekte vaak in voorkomt is dan ook af te raden.